Nederlanders verkopen Nederland: Mannin uit Friesland.
Mijn naam is Mannin. Ik blog over diverse baksels op
www.baksels.net, Ik bak op bestelling en geef workshops in bakken. Ik ben getrouwd
en moeder van twee jongens (van 4,5 en 6,5 jaar). Geboren in Friesland en na
een 10-jaar durend uitstapje naar Twente zijn we sinds 1,5 jaar weer terug op
Friese bodem. We wonen in het Noord-westen van Friesland, de streek die ook wel
de Klaaihoeke (kleihoek) wordt genoemd.
Friesland (of Fryslân zoals tegenwoordig de officiële naam is) is één van de noordelijke provincies, welke bijna 650.000 inwoners telt en als hoofdstad Leeuwarden heeft. Hoewel ik Twente ook erg mooi vond, ben ik blij weer terug te zijn in Friesland. Hier vind je nog ongekende rust en dorpen met hun oude, met liefde onderhouden dorpskernen met allemaal hun eigen kerk die hoog boven alles uittorent. Dit omdat deze op een grote terp staat en ons herinnert aan vervlogen tijden waarin de Friezen met grote regelmaat te maken kregen met overstromingen. Hier zie je “kop-hals-romp-boerderijen” genoemd naar de hoge vorm van het voorhuis (de kop), het lagere verbindingsstuk als nek en de hoge schuur welke de romp moet voorstellen. Dit type boerderij schijnt haar naam te hebben gekregen omdat de vorm doet denken aan een liggende koe. Daarbij komen we bij wat de Friezen “ús mem” (onze moeder) noemen. Dit verwijst naar het Friese stamboekvee, de zwart met witte koeien die als melkkoe over de hele wereld bekend zijn.
Natuurlijk mag ik het Fryske Hynder (het Friese paard); dat grote, statige, zwarte paard met zijn lange manen en staart niet vergeten. Als ik een stukje ga fietsen kan ik ontzettend genieten van de vergezichten en de afwisseling van prachtige wolkenluchten, weilanden waarin niet alleen vee staat, maar waar ook diverse weidevogels te zien zijn. Denk bijvoorbeeld aan de grutto of de kievit, een vogel waarvan de Friezen uit eeuwenoude traditie graag de eieren rapen. Friesland biedt veel afwisseling.
Zoals gezegd zitten wij in de Kleistreek, de streek waar oude-zeeklei ligt en het landschap voornamelijk bepaald wordt door weilanden, aardappelvelden en akkers met suikerbieten, uien en penen. In het oosten van de provincie vindt men “De Wouden”, het meer bosrijke gebied van Friesland en waar men zandgrond heeft. Het midden en zuid-oosten van de provincie kenmerkt zich door uitgestrekte veengebieden. In het Zuidwesten ligt Gaasterland, waar zelfs enig hoogteverschil te vinden is, veroorzaakt door landijs dat in de ijstijd de keileem opstuwde. Tot slot de welbekende elf steden, verbonden door waterwegen (het liefst bedekt met dik ijs, want dan staat Friesland op zijn kop!) met elk hun oude kernen.
Friesland (of Fryslân zoals tegenwoordig de officiële naam is) is één van de noordelijke provincies, welke bijna 650.000 inwoners telt en als hoofdstad Leeuwarden heeft. Hoewel ik Twente ook erg mooi vond, ben ik blij weer terug te zijn in Friesland. Hier vind je nog ongekende rust en dorpen met hun oude, met liefde onderhouden dorpskernen met allemaal hun eigen kerk die hoog boven alles uittorent. Dit omdat deze op een grote terp staat en ons herinnert aan vervlogen tijden waarin de Friezen met grote regelmaat te maken kregen met overstromingen. Hier zie je “kop-hals-romp-boerderijen” genoemd naar de hoge vorm van het voorhuis (de kop), het lagere verbindingsstuk als nek en de hoge schuur welke de romp moet voorstellen. Dit type boerderij schijnt haar naam te hebben gekregen omdat de vorm doet denken aan een liggende koe. Daarbij komen we bij wat de Friezen “ús mem” (onze moeder) noemen. Dit verwijst naar het Friese stamboekvee, de zwart met witte koeien die als melkkoe over de hele wereld bekend zijn.
Natuurlijk mag ik het Fryske Hynder (het Friese paard); dat grote, statige, zwarte paard met zijn lange manen en staart niet vergeten. Als ik een stukje ga fietsen kan ik ontzettend genieten van de vergezichten en de afwisseling van prachtige wolkenluchten, weilanden waarin niet alleen vee staat, maar waar ook diverse weidevogels te zien zijn. Denk bijvoorbeeld aan de grutto of de kievit, een vogel waarvan de Friezen uit eeuwenoude traditie graag de eieren rapen. Friesland biedt veel afwisseling.
Zoals gezegd zitten wij in de Kleistreek, de streek waar oude-zeeklei ligt en het landschap voornamelijk bepaald wordt door weilanden, aardappelvelden en akkers met suikerbieten, uien en penen. In het oosten van de provincie vindt men “De Wouden”, het meer bosrijke gebied van Friesland en waar men zandgrond heeft. Het midden en zuid-oosten van de provincie kenmerkt zich door uitgestrekte veengebieden. In het Zuidwesten ligt Gaasterland, waar zelfs enig hoogteverschil te vinden is, veroorzaakt door landijs dat in de ijstijd de keileem opstuwde. Tot slot de welbekende elf steden, verbonden door waterwegen (het liefst bedekt met dik ijs, want dan staat Friesland op zijn kop!) met elk hun oude kernen.
Naast de eigen (officiële) taal die we hier hebben, heeft
Friesland ook vele typische streekgerechten en streekproducten. Een selectie van de heerlijkheden: Fryske dúmkes, Friese oranjekoek, Fryske
Sûkerbôle, anijsbeschuit, suikerlatten, diverse soorten (kruid)koeken, Fries
roggebrood, het drankje Berenburg, Friese nagelkaas (kaas met komijn en
kruidnagel), Jouster pof (een soort gevulde krentenbol), Friese pepernoten en drabbelkoeken.
Wie meer Friese heerlijkheden met hun recepten wil bekijken gaat naar: www.lekkerfrysk.nl
Zoals je misschien zal opvallen staan er veel baksels in dit
lijstje, deels omdat mijn voorkeur naar baksels uit gaat, maar ook omdat de
Friezen zoet zijn aangelegd. Misschien wel omdat er hier zoveel suikerbieten
worden geteeld? Ook worden er veel specerijen gebruikt, met name anijs kom je
vaak tegen.
Hieronder twee Friese recepten: Fryske Sûkerbôle (Fries
suikerbrood) en het recept voor de welbekende, kruidige Fryske Dúmkes (Friese
duimpjes)
Fryske Sûkerbôle:
Ingrediënten:
·
75 gram zachte roomboter
·
500 gram bloem
·
6 gram zout
·
1,5 dl lauwe melk
·
12 gram droge gist
·
3 eetlepels gembersiroop (= ongeveer 45/50 ml)
·
2 eieren op kamertemperatuur
·
1 flinke theelepel kaneel
·
120 gram kandijsuiker, greinsuiker of
parelsuiker (verkrijgbaar bij o.a. de Welkoop, in een paars doosje van het merk
Tiense Suiker)
·
suiker
·
boter voor het invetten van de vorm
Werkwijze:
·
Smelt de boter voorzichtig in een pannetje op
laag vuur en laat afkoelen tot kamertemperatuur.
·
Doe de bloem en het zout in de een kom en roer
goed door met een garde.
·
Voeg de gist toe, roer weer goed door met een
garde.
·
Voeg de lauwe melk toe, de gesmolten boter, de
gembersiroop en de eieren.
·
Kneed dit in een standmixer met de kneedhaak in
ca. 10 minuten tot een mooi soepel, samenhangend deeg. Het deeg is goed als je
er tussen je vingers een vliesje van kunt vormen. Je kunt natuurlijk ook met de
hand kneden, dit zal wat langer duren.
·
Leg het deeg in een licht ingevette kom en zet
weg op een warme, vochtige en tochtvrije plek. (Ik doe dit in een onverwarmde
oven met een bakje heet water op de bodem)
·
Laat ca. een uur rijzen tot het deeg in volume
verdubbeld is.
·
Kneed er dan de kaneel en de parelkorrels
door. Je kunt als alternatief ook het
deeg tot een grote plak uitrollen en deze gelijkmatig bestrooien met kaneel en
de suikerparels.
·
Maak een rechthoekige plak van het deeg, deel
denkbeeldig in drieën en vouw de linke flap over de middelste, en de
rechterflap vervolgens ook over de middelste.
·
Draai het deeg een kwartslag en rol losjes op.
·
Vet een cakebakblik van 25 cm dik in met boter
en bestrooi met suiker.
·
Leg het deeg hierin en laat nog ca. een kwartier
rijzen op een warm, vochtig en tochtvrij plekje.
·
Verwarm de oven voor op 190 graden.
·
Bestrooi de bovenkant van het deeg met suiker en
bak het in ca. 30/33 minuten gaar en goudbruin.
·
Stort het brood na het bakken op een rooster
(doe er eventueel een plastic zak omheen, iets lucht inlaten zodat het niet
tegen het brood aan komt, dit zorgt ervoor dat de suiker lekker gaat plakken)
en laat afkoelen.
Fryske dúmkes (ca.
20-25 stuks):
Ingrediënten:
·
125 gram Zeeuwse bloem (als je hier niet aan
kunt komen kan je gewone tarwebloem gebruiken
·
0,5 gram zout (1/8 theelepel)
·
1,6 gram kaneelpoeder (1/2 theelepel)
·
1,5 gram gemberpoeder (1/2 theelepel)
·
1,5 gram anijspoeder (1/2 theelepel)
·
3 gram anijszaad
·
25 gram lichte basterdsuiker
·
50 gram donkere basterdsuiker
·
50 gram hazelnoten
·
60 gram zachte roomboter
·
1 eidooier
·
1-2 eetlepels water
Werkwijze:
·
Doe de tarwebloem, zout, kaneelpoeder,
gemberpoeder, anijspoeder, anijszaad, basterdsuiker bij elkaar in een kom en
roer goed door met een garde.
·
Rooster de hazelnoten in een droge koekenpan op
een halfhoog vuur tot ze kleuren.
·
Laat de hazelnoten afkoelen en hak ze in kleine
stukjes.
·
Doe ook de hazelnoten in de kom en roer nog eens
goed door.
·
Voeg nu de boter, eidooier en 1 eetlepel water
toe.
·
Kneed het geheel kort tot een samenhangend deeg.
Het deeg hoort vrij droog te zijn, het moet net genoeg samenhang vertonen. Als
het te het te droog is, voeg dan nog een beetje water toe. Begin bij een halve
eetlepel en kijk of het deeg dan goed is. Zo niet, voeg dan nog maximaal een
halve eetlepel toe.
·
Laat het deeg ingepakt in huishoudfolie een 20
minuten rusten in de koelkast
·
Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius
·
Bestuif het werkblad met wat bloem en rol het
deeg met een deegroller hierop uit tot een rechthoekige plak met een dikte van
1 cm.
·
Snijd rechthoekjes van 2 X 5 cm. en druk de
hoekjes iets rond.
·
Leg de Fryske dûmkes op enige afstand van elkaar
op een met bakpapier of siliconen bakmatje beklede bakplaat.
·
Bak de Fryske dûmkes in ca. 15 minuten gaar met
de ovendeur op een heel klein kiertje om vocht te laten ontsnappen.
·
Laat de koekjes afkoelen op een rooster.
Bron: "Het Nederlands bakboek" door Gaitri
Pagrach-Chandra
Lekker ite! (eet smakelijk!)


Reacties
Een reactie posten