Talk and table: Lizet Kruyff.
Lizet Kruyff leerde ik in eerste instantie kennen als “Rijntje Biljardt“. In een mooi boek dat ik van een vriendin uit Haarlem kreeg. Maar dat was niet alles, ik bleek haar ook al als schrijfster van de berichten van het blog Mededelingen van land- en tuinbouw te kennen. En via de bruine bonenbende op Twitter. Onze eerste live kennismaking volgde op het eerste Internationale Symposium on Food in de Lutherse Kerk aan het Spui, waar culinair historica Lizet sprak over eten aan het hof. Over de service à la Russe en oranje toetjes. Vele ontmoetingen volgden, tussen de zakken piepers, in het oude Bossche Bethanieënklooster, waar zij Puntneuzen & kersenpitten ten doop hield en soms aan tafel zoals bij Rijks®. Tijd dus voor een indringende talk & table met deze tegenwoordig -in het stadje van fabelschrijver Fontaine wonende- grande dame de Champagne, een woordspeling op de tekst van de leuke kaart die zij mij uit haar woonplaats stuurde. (foto) Maar nu laten we Lizet zelf aan het woord in een nieuwe aflevering van gesprekken en gerechten. Ik wil alles van haar weten en beloon deze lieve vrouw dan met een speciaal recept voor haar met een bijpassende wijntip.
Wie is Lizet Kruyff? Vertel eens iets over jezelf?
Nee, wie en wat ik ben blijkt
uit wat ik doe en wat ik vertel!
Wat doe je op dit moment? Waar ben je mee bezig?
Het afgelopen jaar was een jaar
van transitie. We verkochten onze heerlijke boerderij in de Bommelerwaard en
vestigden ons – definitief – in Frankrijk. Natuurlijk nog wel met een
pied-à-terre in Nederland. Dat vinden we voor onderzoek, lezingen en ander
werk, vrienden- en familiebezoek onmisbaar. Dat onderzoek is langlopend. Zoals
een ander postzegels spaart, verzamel ik bij voorkeur Franse, maar eigenlijk
alle koks in en om het hof in Den Haag in vorige eeuwen. Met alle daaruit
voortvloeiende verhalen en onderzoeksthema’s. Op dit moment specifiek de
laatste decennia van de 19de eeuw, de periode dat een piepjonge
koningin Wilhelmina uitgroeit tot ingehuldigd vorstin en jonge echtgenote. Die
periode is cruciaal voor de koninklijke keuken. Het is het thema van mijn
volgende boek.
Ter afwisseling zijn we bezig
met het inrichten van de Franse tuin, waarbij we geïnspireerd worden en ter
zake kundig bijgestaan door tuinarchitecte Carien van Boxtel. Haar
creativiteit, kennis en smaak past goed bij onze wensen. Ook dat is een project
met lange adem. Het behouden van de Franse sfeer, de omgeving aanpassen aan
onze woonwensen, het temmen van de wildernis met behoud van biodiversiteit en
natuurlijke aspecten. Het zal je niet verbazen dat er al de nodige
sneeuwklokjes, narcissen en tulpen in staan.
Vertel eens iets over je interesse in de geschiedenis food
(ik weet dat je archeologe bent)? Hoe is die ontstaan?
Lang geleden studeerde ik
Geschiedenis en Prehistorische Archeologie in Leiden. Dit jaar is het vijftig
jaar geleden dat ik daar ‘aankwam’ zoals dat toen heette. We vieren het lustrum
daarvan met de VVSL (Vereniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden) en onze
nog steeds heel gezellige jaarclub. Wie archeologie studeert graaft op. Bijvoorbeeld
oude bewoningssporen. En je leert dus over hoe men vroeger de boel
organiseerde. Vanzelfsprekend wil je dan ook weten wat deze vroege bewoners van
ons land aten: jagen, verzamelen, akkerbouw, veeteelt. Wat voor spulletjes konden
ze maken met de techniek en materialen van toen. Hoe kookten ze en hoe smaakte
dat?
Eigenlijk alle archeologen die
ik ken zijn dol op lekker eten, koken redelijk fanatiek en drinken daar graag
iets prettigs bij. Studie en hobby lopen dan al gauw in elkaar over. Ik
herinner me nog hoe bij het schervenpracticum (het bestuderen en coderen van
vondstenmateriaal van een opgraving) een beloning (natuurlijk een fles wijn)
werd uitgeloofd voor wie in de klei van de aardewerken potscherven de afdruk
van een graankorrel vond. Dat gebeurde helaas maar zelden. De methoden en
technieken die ik tijdens de studie heb geleerd komen mij nu goed van pas.
Vanuit alle disciplines die het onderzoek naar de prehistorie ten dienste
staan.
Wat zou je doen als je één keuze had tussen schrijven en een ander beroep? Wat was je dan geworden? Geen compromis mogelijk.
Wat zou je doen als je één keuze had tussen schrijven en een ander beroep? Wat was je dan geworden? Geen compromis mogelijk.
Als kind wilde ik al archeoloog
worden. Ik vond dat superspannend en schreef toen ik tien, elf was al een
‘encyclopedie van prehistorische dieren’. Ook op de middelbare school ging mijn
eindscriptie voor het vak biologie over de prehistorische mens. Is er een
alternatief? Kosmonaut of operazangeres zou ik ook prachtig hebben gevonden.
Maar het verleden trok me meer.
Bij jouw stukken en in je kookboeken merk ik altijd dat jij
niet over één nacht ijs gaat, geduldig bestudeer jij alles en pluis je
archieven uit. Heel inspirerend. Hoe doe je dat?
Doorzoeken nét zolang tot je de
vraag achter de vraag hebt kunnen beantwoorden. Zie het als een hooiberg waarin
je naar spelden zoekt. Vind je een speld? Waarom dan dié speld en niet een
andere? En wat betekent het dan, dat je juist dié speld vindt? Zie het als een
in de war zittende kluwen wol. Je trekt aan een draadje en kijkt wat er uit
komt rollen. Gaat het verhaal ergens heen? Of is de knoop onontwarbaar? Even
wegleggen, later nog eens proberen, misschien vanaf de andere kant. En altijd
proberen of je nóg een bron voor wat je ontdekt hebt kunt vinden. Niet gauw
tevreden zijn. Hulp vragen aan mensen met aanpalende kennis is ook belangrijk.
Maar vooral: taai doorzettingsvermogen, geduld, discipline, inspiratie en
bovenal: luisteren naar wat de primaire bronnen je vertellen.
Wat is minst aantrekkelijke kant van het schrijven van een (kook)boek
voor jou?
Het corrigeren van de
drukproeven en het wachten tot het boek van de drukkerij is gekomen.
Zenuwslopend kan ik je melden! En dan het wachten op de eerste fout die er in
staat. Want echt, dat gebeurt altijd. Ook is er altijd iets dat je er nog graag
bij had willen vertellen, maar ja, helaas, te laat.
En wat is de meest aantrekkelijke kant van het schrijven van
een kookboek voor jou?
De research, het vinden van een
stem die het verhaal vertelt, het vinden van de speld in de hooiberg, het speuren in de oude kookboeken naar spannende
receptuur, het delen van al die geweldige verhalen met je lezers.
Hoe is jouw fascinatie voor de tafels en diners van de
Oranjes ontstaan?
Die fascinatie voor het eten aan
ons hof is eigenlijk toevallig gekomen. Rijntje Biljardt is daar debet aan,
vandaar mijn grote dank aan haar. Rijntje, een vrouw van vlees en bloed, de
eerste vrouw in ons land, die met haar eigen naam en haar gezicht en haar stem
een kookboek heeft uitgegeven in 1840. In haar inleiding schrijft ze dat ze in
1837 gekookt heeft voor de ‘geliefde koning’ - dat is dan Koning Willem I - en voor de kroonprinses, Anna Paulowna, op
Paleis Soestdijk. Met die gegevens gewapend heb ik het Koninklijk Huisarchief benaderd met het verzoek
onderzoek te mogen verrichten. En dat mocht. Van de ene vraag rol je dan naar
de volgende. Het is één van de prachtigste archieven van ons land en ik ben
dankbaar dat ik toegang krijg tot de voor mij belangrijke stukken. Vergeet
niet: het is wel een privé-archief van de familie! Ik vind het een voorrecht daar
te mogen werken. Mijn focus ligt dus op de koks, de keuken en de maaltijden.
Staan er nog andere projecten op stapel?
Wie weet…. Soms is het goed om niet te hard voor de
troepen uit te lopen! Maar er zijn altijd nieuwe vragen, nieuwe puzzels, nieuwe
bronnen.
Wat vind jij een goddelijke maaltijd? Waar moet die aan
voldoen?
Een goddelijke maaltijd vind ik
moeilijk te omschrijven. Het hangt van zoveel af. Gezelschap, gelegenheid,
jaargetijde, omgeving. Ik kan volmaakt gelukkig zijn en genieten van het eten
tijdens een spontane picknick in een prachtig buitengebied op een zomaar
zonnige zomerdag. Spijbelen met de man. Aan de andere kant van het spectrum
staat natuurlijk een maaltijd bij Joris Bijdendijk, die wat mij betreft als
weinig anderen in staat is om smaken en texturen te combineren tot een
bijzonder en verrassend geheel. Mijn mond, mijn gehemelte, mijn neus begrijpen
wat hij doet. Er zijn meer sterrenchefs waar ik met plezier gegeten heb. Maar
eigenlijk doe ik dan andere koks onrecht. Want oh, wat hebben we ooit –
aangespoeld in een minidorpje in de Elzas – op een binnenplaatsje
verschrikkelijk lekkere kraakverse forel zitten eten met een heerlijk glaasje
wijn van de lokale wijnboer. Dat was met recht een goddelijke maaltijd. Forel
met amandeltjes en een glaasje (toen nog tokay) pinot gris. In een pril
lentezonnetje. Een goddelijke maaltijd is een geschenk, een verrassing, die zich
niet echt laat plannen.
En natuurlijk welke wijnen, ik weet dat één keuze niet
mogelijk is?
Heel lastige vraag, Gereon. Ook
daar weer geldt: gelegenheid, gezelschap, geografie. Ik heb heerlijke Frascati
gedronken in Italië, die het in Nederland helemaal niet deed. We dronken
verrukkelijke Oostenrijkse wijn, die prima smaakte bij het diner in Krems, maar
niet in Nederland. We kregen ooit op een terrasje in St Romain een meer dan
heerlijke witte Bourgogne, die echt altijd heerlijk bleef, ook in Nederland.
Champagne, ja, ook, maar niet iedere dag. Loire, ook heerlijk. En niet te
vergeten, de prachtige traditionele witte wijnen uit Stellenbosch (Groot Constantia).
Ja, zo kan ik dus nog wel doorgaan. Meestal word ik minder blij van een rode
wijn van het type Merlot enzo. Maar af en toe een glas Beaujolais, of Bourgogne
kan ik waarderen. Ach, het hangt er allemaal van af. Tegenwoordig kies ik
vooral voor biologische wijnen, en daarin is ook voldoende keus gelukkig.
Wat lust je echt niet en waarom niet?
Ik houd niet van haring. In geen
enkele vorm. Het ruikt niet lekker, het is te vet, en ook al neem ik maar één
hap ik boer nog de hele dag haring. Bleh.
Waarheen ga je het liefst naar op reis?
Het liefst gaan we gewoon een
beetje op avontuur. Ergens is een leuke tentoonstelling, of een congres, of een
plantenmarkt, ergens zijn vrienden neergestreken: hét excuus om de koffers te
pakken en eens een reisje te maken.
Wat pluis jij in de bibliotheken van Parijs uit? Kun jij wat
meer daarover vertellen?
Dat heeft
weer met het grote onderzoek naar de koks te maken. Bibliotheken en archieven
in Parijs zitten vol met spannende
informatie die óók iets vertellen over wat er in Nederland aan de hand is. En meer zeg ik nog niet. Wacht
maar geduldig af.
Het gerecht voor Lizet.
Het opvallende na het lezen van de antwoorden van Lizet was, dat mij meteen een dessert uit begin jaren tachtig te binnen schoot. Ik knipte het als dertienjarige uit het tijdschrift Avenue en plakte het in mijn gele kookschriftje. Het is een oranje toetje met vier verschillende bereidingen, dat wijlen Cas Spijkers op de kaart had staan in de Swaen in Oisterwijk. De pudding, gelei en sorbet heb ik jarenlang in vele varianten gemaakt. Op zoek dus naar het gele schriftje in de dozen, die opgeslagen staan in Zandvoort. Dit weekend heb ik het herlezen, wat kookte ik al veel dingen als tiener. Ik begrijp nu waarom het voor Lizet zo spannend is om in archieven te vorsen en dingen over eten uit vervlogen tijden te ontdekken. Zij brengt mij op het idee om dat zelf ook eens meer te gaan doen. Anyway, het oranje toetje voor Lizet is geworden "les quatres assorties d'agrumes de la saison", een mooie titel voor een mandarijnen pudding, een theegelei en sorbet. En vergeet vooral de vlinder niet van twee kleuren grapefruit. Ja zo ging dat in 1981. Je kunt bij dit dessert natuurlijk een glas demi sec Champagne drinken of homemade vin aux oranges.
Mandarijnenpudding.
Nodig 6 personen:
6 mandarijnen
250 ml mandarijnensap
250 ml room
7 g gelatine
2 eidooiers
50 g suiker
Bereiding:
Snijd de kapjes gekarteld van de mandarijnen. Schep het vruchtvlees eruit, pureer, zeef en maak er sap van. Breng het sap met suiker aan de kook, voeg de geweekte en uitgeknepen gelatine toe en laat licht afkoelen. Klop de eidooiers en room schuimig en spatel dit door het "hangende" en afgekoelde sap met gelatine. Vul de uitgelepelde mandarijnenschil met pudding en zet dakje erop en laat verder opstijven in ijskast.
Theegelei met sinaasappel.
Nodig:
6 sinaasappels
500 ml sinaasappelsap
15 g gelatine
10 g orange pekoe thee
5 g gunpowder thee
wat frambozen of ander klein contrasterend fruit
Bereiding:
De sinaasappels schillen en in partjes snijden (voor mooi resultaat ook het vlies verwijderen) Breng het sap aan de kook en laat hierin de theesoorten lang trekken. Zeef het getrokken thee/sinaasappelmengsel en los de gelatine erin op. Leg in 6 vormpjes onderin de frambozen en zet de sinaasappelpartjes rechtop. Giet de gelei eroverheen en laat opstijven in de ijskast. Stort de gelei na kort in warm water te hebben gehouden uit de vorm op bordje.
Grapefruitvlinder.
Nodig:
2 gele grapefruits
2 roze grapefruits
1 borrelglas Bourbon of andere whisky.
2 el honing
Bereiding:
De grapefruits schillen en ontvliezen. In parten snijden en circa 1 uur laten weken in whisky/honingmengsel. De partjes als vlinder op het dessertbord leggen en wat marinade erop lepelen.
Sorbet van bloedsinaasappel.
Nodig:
500 ml +
250 ml bloedsinaasappelsap (totaal ca. 10 stuks)
50 g suiker
200 g glucosestroop
2 luchtig geklopte eiwittten
Bereiding:
Een kwart liter sap koken met suiker en glucosestroop. Mengen met het overige sap. Laten afkoelen in de vriezer, onder telkens roeren zodat er geen ijskristallen ontstaan. Twee eiwitten tot schuim kloppen en dit door de bevroren massa roeren. Op het laatste moment met spuitzak mooie torentjes maken bij serveren.
Het gerecht voor Lizet.
Het opvallende na het lezen van de antwoorden van Lizet was, dat mij meteen een dessert uit begin jaren tachtig te binnen schoot. Ik knipte het als dertienjarige uit het tijdschrift Avenue en plakte het in mijn gele kookschriftje. Het is een oranje toetje met vier verschillende bereidingen, dat wijlen Cas Spijkers op de kaart had staan in de Swaen in Oisterwijk. De pudding, gelei en sorbet heb ik jarenlang in vele varianten gemaakt. Op zoek dus naar het gele schriftje in de dozen, die opgeslagen staan in Zandvoort. Dit weekend heb ik het herlezen, wat kookte ik al veel dingen als tiener. Ik begrijp nu waarom het voor Lizet zo spannend is om in archieven te vorsen en dingen over eten uit vervlogen tijden te ontdekken. Zij brengt mij op het idee om dat zelf ook eens meer te gaan doen. Anyway, het oranje toetje voor Lizet is geworden "les quatres assorties d'agrumes de la saison", een mooie titel voor een mandarijnen pudding, een theegelei en sorbet. En vergeet vooral de vlinder niet van twee kleuren grapefruit. Ja zo ging dat in 1981. Je kunt bij dit dessert natuurlijk een glas demi sec Champagne drinken of homemade vin aux oranges.
Mandarijnenpudding.
Nodig 6 personen:
6 mandarijnen
250 ml mandarijnensap
250 ml room
7 g gelatine
2 eidooiers
50 g suiker
Bereiding:
Snijd de kapjes gekarteld van de mandarijnen. Schep het vruchtvlees eruit, pureer, zeef en maak er sap van. Breng het sap met suiker aan de kook, voeg de geweekte en uitgeknepen gelatine toe en laat licht afkoelen. Klop de eidooiers en room schuimig en spatel dit door het "hangende" en afgekoelde sap met gelatine. Vul de uitgelepelde mandarijnenschil met pudding en zet dakje erop en laat verder opstijven in ijskast.
Theegelei met sinaasappel.
Nodig:
6 sinaasappels
500 ml sinaasappelsap
15 g gelatine
10 g orange pekoe thee
5 g gunpowder thee
wat frambozen of ander klein contrasterend fruit
Bereiding:
De sinaasappels schillen en in partjes snijden (voor mooi resultaat ook het vlies verwijderen) Breng het sap aan de kook en laat hierin de theesoorten lang trekken. Zeef het getrokken thee/sinaasappelmengsel en los de gelatine erin op. Leg in 6 vormpjes onderin de frambozen en zet de sinaasappelpartjes rechtop. Giet de gelei eroverheen en laat opstijven in de ijskast. Stort de gelei na kort in warm water te hebben gehouden uit de vorm op bordje.
Grapefruitvlinder.
Nodig:
2 gele grapefruits
2 roze grapefruits
1 borrelglas Bourbon of andere whisky.
2 el honing
Bereiding:
De grapefruits schillen en ontvliezen. In parten snijden en circa 1 uur laten weken in whisky/honingmengsel. De partjes als vlinder op het dessertbord leggen en wat marinade erop lepelen.
Sorbet van bloedsinaasappel.
Nodig:
500 ml +
250 ml bloedsinaasappelsap (totaal ca. 10 stuks)
50 g suiker
200 g glucosestroop
2 luchtig geklopte eiwittten
Bereiding:
Een kwart liter sap koken met suiker en glucosestroop. Mengen met het overige sap. Laten afkoelen in de vriezer, onder telkens roeren zodat er geen ijskristallen ontstaan. Twee eiwitten tot schuim kloppen en dit door de bevroren massa roeren. Op het laatste moment met spuitzak mooie torentjes maken bij serveren.







Reacties
Een reactie posten